Het strafproces
Op 18 juni 2004 werd Lucia door het Gerechtshof in Den Haag
veroordeeld voor 7 moorden en 3 pogingen tot moord. Zij heeft hiervoor
levenslang plus tbs gekregen, een zeer ongebruikelijke en extreme
strafmaat. Aanvankelijk werden bijna 30 gevallen als verdacht
beschouwd. Toen bij het merendeel van deze sterfgevallen of incidenten
Lucia niet aangewezen kon worden als verdachte, verviel ook de
verdenking hierbij weer. Het suspect zijn van een sterfgeval werd dus
bepaald door de aanwezigheid van Lucia en bleek niet gebaseerd op een
eenduidige diagnostiek. De medicus oordeelde zo over moord of
natuurlijke dood. Hem werd wel heel veel absolute wijsheid toegekend in
dit proces, terwijl het bekend is dat medici ook niet altijd even
consistent en objectief (kunnen) zijn in hun oordeel.
Wonderlijk is ook het verhaal dat de ronde deed dat het RKZ
–een zuster ziekenhuis van het JKZ– al de “verdachte
gevallen” in zijn la zou hebben liggen toen het werd gevraagd of
er tijdens de werkperiode van Lucia ook sterfgevallen waren geweest,
waar zij de hand in kon hebben gehad. Rare la daar in het ziekenhuis.
Maar goed, er is heel wat – zeg alles – af te dingen op
die 7 moorden en 3 incidenten, waarvan er eigenlijk maar twee
–minimaal– bewezen zijn verklaard en de andere via het
kettingbewijs meegetrokken moesten worden.
(zie ook:
reactie van een rechercheur)
Laten we kijken naar deze kinderen en oude mensen die niet
“gewoon” meer gestorven mochten zijn, soms jaren na hun
dood.
# Casus 1.
De belangrijkste zaak in de bewijsvoering gaat over een babietje dat overleden zou zijn aan een
digoxine injectie,
die Lucia gegeven zou hebben… De artsen zeiden dat de het kindje prima hersteld was van een zeer gecompliceerde
hartoperatie. En dat ze binnenkort naar huis zou mogen gaan. Dat hoopten de ouders natuurlijk ook.
Maar het ging helemaal niet zo goed met het kindje als is weergegeven.
Wat zegt het een niet medicus, dus ook een jurist, dat er sprake was
van “multiple dysmorfieën,
microcephalie,
pulmonale hypertensie, decompensatio,
atelectasenen
necrotische ileus”. Het betekent dat het kind toenemend benauwd
was, slecht dronk, overgaf, een pijnlijk bol buikje had en een
stinkende diarree. De zuurstof moest omhoog, de plastabletten werden
uitgebreid.
Hoe relevant is het hele digoxine-onderzoek als je bedenkt dat het
kindje al dagen zieker en benauwder was? Natuurlijk voel je je als
dienstdoende arts machteloos en vervelend als je hebt gezegd dat
“het wel mee valt” en het kind overlijdt bijna nadat je
vertrekt.
Maar dat overkomt elke arts wel eens. C’est la vie –lemort– en niet de digoxine.
#
Casus 2.
Dit jongetje krijgt omdat hij heel erg onrustig is
chloralhydraat,
een notoir riskant rustgevend middel, dat hij in hoge doses en
“zonodig extra” kreeg. Op een dag is hij suf en blijkt hij
een hoge concentratie chloralhydraat in zijn bloed te hebben. Hij heeft
bovendien longontsteking en is uitgedroogd. Na een infuus knapt hij
redelijk snel op. Dit incident was het afdelingshoofd niet eens
opgevallen, er was ook geen melding gemaakt. Men ging er indertijd
vanuit dat er een interactie was met de andere medicatie –
benzodiazepines en
klacid.
Lucia zag dat het kind slechter was en meldde dit. Dat was ongeveer
voor het Hof het bewijs dat zij het kind met chloralhydraat van het
leven had willen beroven. Deze bewijsconstructie moest de tweede
locomotief voor het kettingbewijs zijn. Maar kennelijk had de rechter
helemaal geen weet van de risico’s van chloralhydraat,
interacties, uitdroging, en van de farmacogenetica en de veelvuldige
fouten bij medicatie-toediening, waarbij vooral de zo nodig medicatie berucht is.
Voor chloralhydraat heeft het Hof een halfwaardetijd van 8 genomen,
terwijl die bij jonge kinderen 10 uur en bij neonaten zelfs 28 uur kan
zijn. Wanneer er geen concreet bewijs is dat Lucia een spuit of
gifbeker heeft gehanteerd is een bewijsvoering op grond van een niet
exacte halfwaardetijd wel erg gewaagd. Feit blijft dat er andere, meer
waarschijnlijke opties zijn waardoor er een te hoge bloedspiegel van
een medicijn kan voorkomen.
#
Casus 3.
Een jongetje wordt in het JKZ opgenomen omdat zijn moeder angstig
is. De arts geeft aan haar en de verpleging duidelijk aan dat het
alleen een
sociale indicatiebetreft.
Dan krijgt het kind de volgende dag een ademstilstand. Iedereen
schrikt… Dit is dus niet verwacht. Volgens de behandelend arts
ook niet verklaarbaar (wat trouwens alle deskundigen wél vonden).
Het was wel verklaarbaar geweest als de arts had geweten en gemeld dat dit kind leed aan een ziekte
(Freeman Sheldon)
waarbij soms dit soort apneu-aanvallen voorkomen, zeker bij een
infectie van de luchtwegen. In de familie van het jongetje waren meer
kinderen ernstig ziek en sommige zelfs overleden. Zijn moeder was niet
voor niets ongeruster dan de arts.
#
Casus 4.
Een jongetje met bloederziekte is gevallen en krijgt van een
kinderarts extra medicatie om het bloeden te stoppen. Twee weken later
wordt hij comateus in het ziekenhuis opgenomen. De bloeding in zijn
hoofd is intussen massaal geworden. Na een hersenoperatie blijft zijn
toestand zeer slecht. Op een dag gaat zijn ademhaling moeilijker. De
arts assistent schrijft
ventolin(middel
tegen vernauwing van de luchtwegen) voor. En terwijl Lucia het kind op
haar schoot ventolin toedient en ook nog –uit zorg–
ondertussen zijn bloeddruk meet, wordt de ademhaling slechter en
overlijdt het kind.
“Nou”, zegt het Hof, “Lucia heeft het kind verkeerd
behandeld, bloeddruk meten en ventolin geven mag niet samen.” En
over deze handeling van haar wordt tijdens de rechtzitting vooral
gebakkeleid. De oorzaak van de benauwdheid wordt nauwelijks besproken.
Het kan misschien wel smoren zijn geweest. Niemand praat verder over
het opnieuw beginnen (met een snelle ophoging) van het
spierverslappende middel
baclofendat
–zeker bij zo’n zwaar gehandicapt kind– een
ademdepressie kan geven. Die ventolin is in een dergelijke situatie ook
een rare medicatie…
#
Casus 5.
Ook bij dit jongetje is er sprake van een complex ziektebeeld. Hij
heeft een ernstige slokdarmbloeding waarvoor hij bloedtransfusies nodig
heeft. Met veel moeite doet men ’s avonds nog een
kijkoperatie”. Het kind overlijdt ’s nachts. De
behandelende artsen hebben een overlijdensverklaring getekend. Er waren
volgens de behandelende arts meerdere oorzaken te bedenken waarom dit
ernstig zieke kind overleed. Een jaar later wordt dit overlijden echter
ook opeens als verdacht beschouwd. Een bewijs is er niet, maar dit
geeft niet meer nu er een kettingbewijs is. Het zal wel zo gegaan zijn
gegaan als bij casus 1 en 2 omdat Lucia aanwezig was…
#
Casus 6.
Het betreft hier hetzelfde jongetje als in casus 2. Een paar weken
na de “chloralhydraat-verhoging” sterft hij op de dag van
een operatieve ingreep. Hij is onder narcose geweest, krijgt weer
chloralhydraat, dat eigenlijk juist gestopt had moeten worden. Dat was
men echter vergeten.. Hij krijgt zijn andere rustgevende medicatie plus
de dipiperondruppels die voor de chloralhydraat in de plaats moest
komen. ’s Avonds na het vertrek van Lucia overlijdt hij.
De deskundigen zeggen dat alle medicatie – plus de niet gestopte
chloralhydraat – te veel zou kunnen zijn geweest zeker bij de
start van de dipiperon. Na het overlijden hebben de artsen dat
kennelijk ook gedacht want er is gewoon een verklaring van natuurlijke
dood getekend. Het is wel heel brutaal om in zo’n situatie een
verpleegkundige opeens van moord te beschuldigen, omdat ze bovendien
nog even bij het kindje langs was gelopen voor ze vertrok.
#
Casus 7.
Dit kleine babietje heeft op de intensive care gelegen omdat ze een
sepsis (bloedvergiftiging)
had. Ze heeft daar ook een te hoge bloedspiegel
luminal(voorgeschreven)
gekregen om de stuipjes tegen te gaan. Maar dat was het punt niet. Dat
gebeurt nu eenmaal. Wel was het volgens het JKZ een jaar na dato
verdacht dat het kindje na overplaatsing even een hapering van de
ademhaling kreeg. Was die overplaatsing niet gewoon even te vroeg? De
rechter heeft echter geoordeeld dat Lucia hier ook een moord had
gepleegd (en dát enkele dagen voor haar diplomering tot
kinderverpleegkundige!)
Moeten we nu voortaan bij alle
dysmature babies
die “even aangetikt moeten worden” (om de ademhaling weer te stimuleren) en die overlijden de politie inlichten?
#
Casus 8.
Deze terminale patiënte met kanker met overal uitzaaiingen wordt uitgebreid besproken in het
compulsie-verhaal.
Het was nodig om haar als moord aan te merken om het compulsie-verhaal
sluitend te maken. Het woord compulsie stond op de dag dat deze ernstig
zieke vrouw stierf in Lucia’s dagboek. Als deze vrouw vermoord
was dan sloeg het woord compulsie op de drang tot moorden en niet op
het leggen van een tarotkaart. De deskundigen zagen geen enkele reden
om aan een onnatuurlijke dood te denken. De rechter wel.
#
Casus 9.
Deze oude dame met meerdere ziektes heeft een darmafsluiting. Ze
wordt opgenomen uit een verpleeghuis, daar vertrouwen ze het kennelijk
niet. Het beleid in het ziekenhuis is afwachtend. Op een nacht krijgt
ze heftige buikpijn; ze wordt angstig en onrustig. Lucia blijft bij
haar en roept de assistent-arts. Deze geeft het middel buscopan. In de
ochtend overlijdt deze vrouw.
Het Hof stelt dat er zeker geen sprake kan zijn geweest van een
darmafsluiting. Immers, aldus het Hof, de dag voor overlijden had deze
patiënte juist “2 x een beetje dunne def
(=ontlasting)” gehad en was er dus sprake van darmpassage. Iedere
oudere-jaars student geneeskunde zal als hij dit leest al zijn
wenkbrauwen fronzen. Die dunne def, meneer de rechter, is
overloopdiarree geweest en juist een teken dat de boel in die darm goed
verstopt is en de poep nog een laatste poging doet een uitweg te
vinden. Waarom heeft hier geen arts de rechter wijzer gemaakt en er ook
nog bij gezegd dat die buscopan hier absoluut niet gewenst was??
#
Casus 10.
Over deze oude meneer wil ik hier eigenlijk niet veel zeggen. Hij
had een leverabces dat een wisselend beeld gaf. Toen hij overleed was
dat na een redelijk goede dag, maar er waren voordien ook slechtere
dagen geweest zoals dat bij een abces gaat.
Het is tekenend dat een medisch deskundige in zijn getuigenis
aangeeft dat elk sterfgeval afzonderlijk wel als een natuurlijke dood
kan worden beoordeeld, maar dat alle gevallen tezamen bezien er sprake
moet zijn geweest van onnatuurlijke sterfgevallen…
#
De bewijsconstructie
Zoals eerder gezegd was het Arrest voor juridische ingewijden reeds
verdacht door zijn omslachtige constructie van de bewijsvoering. De
taal is bombastisch en er worden vele zijwegen ingeslagen om maar zo
goed mogelijk het negatieve beeld van deze misdadiger te kunnen
benadrukken. Wanneer de bewijsvoering van het Hof tegen het licht wordt
gehouden valt op, dat:
-
er geen enkel hard bewijs bestaat:
Lucia is nooit betrapt op iets verdachts, er zijn geen verdachte materialen
-
dat het geconstrueerde digoxine en chloralhydraat-bewijs onjuist is
-
dat het schakelbewijs wordt getrokken door twee kapotte locomotieven
-
er wonderlijk met de statistiek omgesprongen is
-
er tegenstrijdigheden en onvolkomenheden zijn in de medische informatie en diagnostiek
-
er wel veel fabeltjes en verdachtmakingen zijn
- er bij het persoonlijkheidsonderzoek geen relatie kan
worden gelegd tussen Lucia’s persoonlijkheid en de vermeende
delicten
-
er geen motief voor de daden gegeven kan worden.
#
Geen enkel hard bewijs
Het Hof beschrijft in slechts één geval van
“moord” (van de 7) en in slechts één geval
van “poging tot moord”, hoe Lucia deze zogenaamde moord
c.q. poging tot moord precies gepleegd zou kunnen hebben. Bij de moord
op kindje A zou Lucia circa anderhalf uur voor overlijden het kindje
een digoxine injectie hebben gegeven. De bewijsvoering van deze
digoxinevergiftiging is echter ondanks de zeer zorgvuldig op schrift
gestelde reconstructie weinig overtuigend en is inmiddels door de
internationaal vermaarde digoxine-experts zoals Dasgupta en Koren als
onacceptabel bevonden.
Het is daarbij bovendien merkwaardig te noemen, dat een belangrijke
testuitslag van een Straatsburgs laboratorium twee jaar lang in de la
van het NFI bleef liggen. Waarom, is een raadsel. Het NFI had juist het
laboratorium in Straatsburg dringend verzocht om hen een
“miracle” te tonen omdat men zelf –tot kort voor de
uitspraak– geen echt bewijs had voor een digoxine vergiftiging.
Bij de 6 andere ‘bewezen moorden’ en de 2
‘pogingen tot moord’ echter heeft het Hof zelfs niet de
moeite genomen te verklaren hoe Lucia haar “misdaden” kon
plegen, zonder een spoor achter te laten. Het begrip “schakel- of
kettingbewijs” is hiervoor in de plaats gekomen; de eerste twee
zogenaamde bewijzen van moord c.q. poging tot moord zijn dan de
locomotief, de wagons met de andere zaken daarachter mogen automatisch
op dezelfde manier worden bezien. Zet dus genoeg onbewezen zaken achter
een schijnbaar bewezen zaak en dan lijkt het aan de buitenkant
overtuigend.
#
Wonderlijke toepassing van Statistiek
Het enige feit dat Lucia verdacht maakte was haar aanwezigheid bij
“zoveel” sterfgevallen. Door dokters in het Juliana Kinder
Ziekenhuis in Den Haag werd in eerste instantie een statistische
berekening gemaakt over de kans dat een verpleegkundige “zo
vaak” aanwezig was bij sterfgevallen. Later is dit door
rechtspsycholoog dr. Elffers verder uitgewerkt en hij kwam tot de
conclusie: “het kan geen toeval zijn”. De kans dat Lucia
aanwezig was bij de aangegeven sterfgevallen was volgens hem 1 op 342
miljoen.
De door het ziekenhuis aangeleverde data bleken niet volledig geweest
te zijn. Bij herbeoordeling komt Ton Derksen op 1 op 48 en de
hoogleraren statistiek Gill en Groeneboom zelfs op 1 op de 9.
Het Grote Getal, de 1 op de 342 miljoen, heeft in september 2001 alle
sterfgevallen verdacht gemaakt waarbij Lucia misschien aanwezig was
geweest.
Tekenend is dat een medisch deskundige in zijn getuigenis aangeeft dat
elk sterfgeval afzonderlijk wel als een natuurlijke dood kan worden
beoordeeld, maar dat alle gevallen tezamen bezien er sprake moet zijn
geweest van onnatuurlijke sterfgevallen…
#
Tegenstrijdigheden en onvolkomenheden in medische informatie en diagnostiek
Hoe kunnen politie en juristen inhoudelijk over medische zaken
oordelen? In feite zijn zij in een proces geheel afhankelijk van de
advisering en handelwijze van de medici.
In de zaak Lucia de B is de medische informatie in uittrekselvorm
aangedragen door het JKZ en als zodanig ook bij het onderzoek gebruikt.
Deze informatie was bovendien niet altijd volledig en had zoals gezegd
zijn blinde vlekken. Bovenal heeft een arts van het JKZ een
coördinerende rol gespeeld bij het hele justitionele onderzoek.
Hoe objectief die medicus zich ook zou willen opstellen, het lijkt mij
zeer ongewenst dat iemand van de aanklagende partij bepaalt welke
onderzoeken gedaan worden, welke deskundigen ingeschakeld moeten worden
etc.
In de zaak van Lucia spelen de medische verklaringen een cruciale
rol. Op het moment dat de arts zegt dat het geen onnatuurlijke dood
maar een natuurlijke dood is houdt eigenlijk het proces op.
Rechters verwachtten van de medische deskundigen duidelijke uitspraken.
Die moeten zij doen op basis van onderzoek van telegramstijlachtige
aantekeningen De behandelende arts die deze aantekeningen schreef, had
misschien heel andere ideeën in zijn hoofd dan de dokter die jaren
later in een moordzaak moet beoordelen.
Het Hof heeft dubieuze criteria opgesteld voor de definitie van het
begrip onnatuurlijke dood. Er is aldus het Hof in deze zaak sprake van
een onnatuurlijk overlijden als dat overlijden niet verwacht en niet
verklaarbaar is én in aanwezigheid van Lucia heeft plaats
gevonden. Vertaald naar het dagelijks leven zou u dus erg moeten
oppassen als uw buurman kort na uw bezoek een hartinfarct krijgt.
Echter een arts of verpleegkundige kan met deze definitie wachten op
zijn veroordeling.
Waar de medicus bij vragen rond leven en dood liever een kleine
nuance of onzekerheid wil uitspreken wil de jurist met een absoluut ja
of neen antwoorden. De aarzeling van de medicus dreigt zo in een
rechtszaak te gemakkelijk als nee uitgelegd te worden bij de vraag:
“weet u zeker dat deze patiënt niet op een onnatuurlijke
wijze is overleden…?”
Bij geen enkel sterfgeval in de zaak Lucia hadden de behandelende
artsen en deskundigen een eensluidende mening Men kan nu eenmaal
gegevens –binnen bepaalde marges– soms verschillend
interpreteren. Zo zeker is het allemaal niet in de geneeskunde Het is
echter wel op zijn zachts gezegd verwonderlijk dat het Hof juist steeds
de belastende getuigenissen verkoos, ook al waren deze eigenlijk
voortdurend in de minderheid. Daarmee heeft het Hof zich wel een
bijzondere superieure medische deskundigheid aangemeten
#
Compulsie verhaal
Lucia leed, aldus het Hof, aan een compulsie tot doden. Het woord
compulsie heeft Lucia zeven keer –als chique woord– in haar
dagboeken geschreven. Een keer was dat op een dag dat er een
patiënte tijdens haar werktijd stierf. Deze oudere patiënte
was terminaal, had uitzaaiingen overal in het lichaam tot in het
hartzakje toe. De behandelend artsen en getuige-deskundigen zagen haar
overlijden zeker niet als onverklaarbaar en onverwacht. Een chirurg
schreef echter een paar dagen na de zitting een zeer gedecideerde brief
aan het Hof. Hij dacht zeker te weten dat haar overlijden op dat moment
onverwacht was. Het Hof nam als nog zijn oordeel over. Was dat omdat
het bij deze patiënte de enige keer was dat het woord compulsie in
het dagboek gekoppeld kon worden aan een verdacht sterfgeval?
Voor Lucia betekende het woord compulsie een sterke drang, het niet
kunnen laten, om voor patiënten Tarotkaarten te leggen. Ze had
zich lange tijd serieus met Tarot bezig gehouden. Voor een
verpleegkundige vond ze deze “alternatieve steun” echter
zeer ongepast en iets wat ze per se moest bestrijden en ook geheim
moest houden.
Volgens de deskundigen van het Pieter Baan Centrum lijdt Lucia ook niet
aan een geestelijke stoornis die haar tot moorden zou kunnen brengen.
De deskundigen van het PBC vonden in tegenstelling tot het Hof
“het gedoe met de Tarotkaarten” juist passen bij
Lucia’s persoonlijkheid.
#
Beeldvorming
Lucia was volgens het Hof leugenachtig en geraffineerd. Forensisch
psycholoog Ligthart, die Lucia nooit persoonlijk ontmoet, laat staan
onderzocht heeft, sprak echter al vroeg bij het politie-onderzoek van
een “klassieke psychopaat”. Zijn oordeel werd door het OM,
en later de rechtbank en het Hof overgenomen, terwijl de mening van PBC
evenals die van later ingeschakelde getuige deskundige professor Jan
Derksen ter zijde werd geschoven.
Er werd een FBI agent ingevlogen om Nederlandse juristen over zijn
kennis van seriemoordenaars te vertellen. En ook door andere selfmade
“serial killers- deskundigen” werd haarfijn uitgelegd
waarom Lucia geheel voldeed aan de criteria van een seriemoordenares.
De verhalen over Lucia, die vrijelijk door politie en OM in omloop
waren gebracht, werden daarbij als illustratie gebruikt, maar niet
geverifieerd.
Het politierapport uit Canada, waarin wordt gesteld dat er geen
enkele aanwijzing voor brandstichting of gewelddadig gedrag is
gevonden, blijft onbesproken. Alleen de suggestie dat een serial killer
ook graag brandsticht blijft “hangen”. Ook de fabels dat
Lucia gif in huis zou hebben, lid zou zijn van een heksenclub, een gebrand kruis op de borst zou hebben, een eigen overlijdensbericht in de krant zou hebben gezet, haar dagboeken verbrand zou hebben… blijven –ongestraft– rondzingen.
Zo wordt steeds maar weer het beeld van een vreselijk hysterisch
personage bevestigd. De verhalen zijn bewezen onwaar en toch blijft men
ook nu nog zeggen: “de bewijsvoering is niet deugdelijk, maar dat
mens deugt toch niet”…
#
Geen bekentenis
Lucia heeft nooit iets bekend, ondanks uitputtende en vernederende
verhoren. Als ze wel had bekend en – zoals de advocaat haar
gesuggereerd heeft – als motief had aangegeven dat ze ernstige
zieke kinderen en bejaarden had willen verlossen uit hun lijden
–zoals
Martha U–
dan had ze een aanzienlijke strafvermindering kunnen krijgen. Lucia
heeft categorisch geweigerd om op deze manier strafvermindering te
krijgen. Immers, dan moest ze liegen… en dat wilde en kon ze
niet.
Wrang is het om in het arrest te moeten lezen dat het Lucia verweten
wordt dat ze niet bekent en daarom ook niet meewerkt aan het oplossen
van deze zaak…
#
Emoties
Wie de moeite neem het arrest
van Haagse gerechtshof te lezen, wordt getroffen door de toon van
blinde haat tegen Lucia en de minachting voor haar advocaten. Op de
TV-opnames is dat letterlijk te horen en te zien. “Het is de
verdachte die dit leven in de kiem gesmoord heeft, het is de verdachte
die het vertrouwen in de Nederlandse ziekenhuizen heeft
geschonden.” De rechters waren zó emotioneel dat ze Lucia
veroordeeld hebben tot levenslang plus daarboven op nog eens tbs: de
zwaarste straf ooit gegeven sinds in 1870 de doodstraf uit het
Nederlands strafrecht verdween. Ook de
Hoge Raad
begreep niet hoe een straf bedoeld om iemand voorgoed uit de
samenleving te verwijderen (levenslang) gecombineerd kan worden met een
maatregel bedoeld om iemand terug te leiden naar die samenleving.
#
Collaborative medical story telling
Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat iemand in een rechtsstaat
toch tot de zwaarst mogelijke straf wordt veroordeeld, terwijl er geen
enkel concreet bewijs is dat haar schuld aantoont?
Professor Wagenaar introduceerde de term collaborative story telling
bij vermeende seksuele zaken, waarbij een tunnelvisie was ontstaan door
het overdragen en aandikken van angstige vermoedens. Dit mechanisme van
paranoïde inductie lijkt op het eerste oog onwaarschijnlijk in
zo’n grote affaire. Echter, misschien is dit wél
voorstelbaar wanneer men bedenkt dat de betrokkenen in dit proces
elkaar vertrouwden, en dat ze geconfronteerd werden met angstige
verdenkingen, aangezien allen collega’s waren of bekenden.
Anderzijds bestond er in sommige relaties ook een afhankelijkheid en
was men vaak domweg niet in staat beweringen te toetsen.
Lucia werkte als verpleegkundige in een ziekenhuis waar op dat
moment door fusieperikelen veel onzekerheid en onrust heerste. Er werd
door een dokter gesproken over “te veel kinderen die
overleden”. Dat is in de sterftecijfers echter nooit naar voren
gekomen! Integendeel, in de werkzame periode van Lucia was het
sterftecijfer zelfs lager (aantal 6), dan in de voorgaande en latere
jaren (aantal 7).
Lucia was toevallig “vaak” in de buurt als er gereanimeerd
werd. Dat werd verdacht gevonden. Bovendien wist “men” wel
het een en ander over haar te vertellen…
Overlijdens-situaties waar zij bij betrokken was kregen een extra
kleuring. Politie en justitie lieten zich door deze ziekenhuisverhalen
op sleeptouw nemen. En geregeld kende men elkaar, en vertrouwde men
elkaar te makkelijk.
Lucia’s hele verleden werd doorgespit en openbaar gemaakt, en
inderdaad, zij kwam uit een ander milieu dan de meeste van haar
collega’s. Nog voordat er een rechter aan te pas kwam, werd zij
in de media afgeschilderd als de
Engel des Doods.
Haar schaamteloos zwart maken, haar als een soort heks afschilderen,
vaak ook met grove onwaarheden, dat was heel wat makkelijker dan
bewijzen dat er door haar moorden waren gepleegd. Er werd aan de hand
van Lucia’s werkzaamheden een lijst gemaakt van zo’n 30
“verdachte” sterfgevallen in de vier ziekenhuizen waar
Lucia had gewerkt. In die lijst moest drastisch gestreept worden.
Meestal omdat Lucia er op geen enkele wijze bij betrokken kon zijn. Die
doorgestreepte zaken werden naderhand nooit meer verder onderzocht.
Daar was blijkbaar opeens niets meer mee aan de hand. Maar was Lucia
wél in de buurt, dan werd de doodsoorzaak al snel verdacht.
In de zaak Lucia de B. staan de verdachtmakingen en opgefokte angst
in het JKZ centraal. Het ziekenhuis heeft bovendien in de aanzet van
het onderzoek een belangrijke rol gespeeld en heeft zelf heel snel zijn
conclusies naar buiten gebracht: “het kon geen toeval
zijn”. Medische deskundigen, die in een vroeg stadium
vriendschappelijk geraadpleegd waren, traden later op als gerechtelijke
deskundigen. De informatie over ziektegeschiedenissen werd niet door
een onafhankelijk medisch-juridisch team verzameld, maar door het
aanklagende ziekenhuis. Relevante gegevens bleven tijdens het proces
soms geheel buiten beschouwing. En wat niet meteen als kwade trouw moet
worden gezien, maar zeker ook een subjectieve factor is geweest bij het
onderzoek, is de collegialiteit binnen de medische –en
juridische– beroepsgroep.
De deskundigen waren het aanvankelijk vaak niet met elkaar eens, maar dat betekende niet dat er protest werd aangetekend tegen de visie.
De juristen kregen –onvolledige– medische informatie
aangereikt die omgezet moest worden in juridische taal. De twijfel die
er altijd bestaat in de medische beroepsuitoefening kon niet meegenomen
worden in de absolutere juridische taal. En dat is Lucia noodlottig
geworden.
Een vlokje dat een lawine werd … …
Metta de Noo-Derksen
27 oktober 2007