Lopend Lucia Nieuws
door Metta de Noo
#
OM in laatste ronde
Geen speculaties meer, maar waarheidsvinding
9 december 2009
Vandaag kwam op de regiezitting in het gerechtshof te Arnhem de
lang verwachte ommekeer in het proces van Lucia. De verwachting is dat
op 17 maart 2010 de zaak afgerond zal worden. Lucia zal vrijgesproken
worden van de moorden en incidenten.
OM
Advocaat-Generaal Rijkers gaf in het kort de conclusies weer die volgens het OM verbindt aan de
verschillende onderzoeksrapporten. Hij stelde dat “op
grond van het dossier en de thans gepresenteerde nadere
onderzoeksresultaten de uitkomst van het geding voor de hand ligt en de
waarheidsvinding ook met een snelle en korte inhoudelijke behandeling
recht kan worden gedaan”.
De advocaat-generaal wijst er verder op dat “verdachte
altijd consequent heeft volgehouden onschuldig te zijn aan de ernstige
verwijten die haar werden gemaakt. De duur van deze procedure in
herziening is ook niet het gevolg van de proceshouding van verdachte.
Zij heeft dus recht op een voortvarende verdere behandeling van haar
strafzaak. Datzelfde geldt overigens voor alle andere direct
betrokkenen, waaronder met name de nabestaanden van de overleden
patiënten”.
Onderzoeken
Uit de onderzoeken van Meulenbelt, Aderjan en Tytgat komt duidelijk
naar voren dat het overlijden van Amber niet het gevolg is van een
digoxinevergiftiging, maar van uitputting bij een ernstig gecompliceerd
ziekte beeld. Het overlijden van Ahmad is volgens Meulenbelt
veroorzaakt door de veelheid aan sederende medicatie in combinatie met
zijn slechte gezondheidstoestand. De intoxicatie met het middel
chloralhydraat komt wellicht door het geven van 1 extra dosis
chloralhydraat, die binnen het medische voorschrift viel óf door
een verwisseling met het ook voorgeschreven middel chloorhexidine.
Bij patientje Achraf kon volgens professor Meulenbelt de
ademstilstand passen bij zijn ziektebeeld en was er ook bij eerdere
opname sprake geweest van ademhalingsproblematiek. Achraf was vanwege
sociale redenen opgenomen, omdat zijn moeder zich ernstige zorgen
maakte. Er waren echter wel degelijk medische redenen om het kind in de
gaten te houden.
Het Hof heeft aan de Nederlandse Vereniging voor Pathologie en de
Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde de vraag voorgelegd of de
definitie die het Haagse Hof hanteerde voor moord of incident door hen
onderschreven kon worden. Uitgangspunt daarbij was steeds:
-
plotseling en onverwacht overlijden of levensbedreigend incident
-
medisch onverklaarbaar
-
aanwezigheid van verdachte
Van de Vereniging voor Kindergeneeskunde is geen antwoord
ontvangen. De Pathologen wezen op het belang van obductie, omdat dan
beter – zij het zeker niet in alle gevallen- een verklaring
voor de klinische gebeurtenissen kan worden gegeven. Klinische
diagnoses blijken in circa 20 - 30 % van de gevallen te moeten worden
bijgesteld.
Het OM reageerde daarop dat in de meeste gevallen een
“belangrijk instrument voor het vaststellen van een
overlijdensoorzaak – om begrijpelijke redenen - niet
gebruikt”. Het verzuimde daarbij op te merken dat in de twee
situaties waarbij in de zaak Lucia wel obductie heeft plaatsgevonden
het OM ondanks de duidelijke - op natuurlijke doodsoorzaken
wijzende- obductieuitslagen toch vast hield aan een
moordscenario. Zowel een ziekenhuisarts als een getuige-deskundige
hebben zelfs nog de vileine suggestie geopperd dat Lucia juist haar
slachtoffers had uitgekozen omdat ze zou weten dat de - islamistische -
ouders obductie zouden verbieden. De kinderen zijn desondanks later wel
opgegraven en toxicologisch onderzocht.
Pleidooi
Stijn Franken benadrukte in zijn pleidooi nog eens dat Lucia groot
onrecht is aangedaan. Niet Lucia maar de artsen waren verantwoordelijk
voor het voorschrijven van de ruime medicatie. Ambers toestand was
slechter dan door de behandelend artsen was weergegeven. De trendgraph
liet duidelijk zien dat de ademhaling eerder stopte dan de
bloedsomloop. Anders ook weer dan was beweerd…
Franken vindt dat Lucia’s gezondheidstoestand vraagt om
een snelle afhandeling van de zaak. Niets lijkt dat nu ook meer
in de weg te hoeven staan. Een langer durend proces zou de staat
nutteloos economisch belasten.
Lucia
Lucia probeert haar leven weer op te vatten, maar de voortdurende
onzekerheid knaagt. Haar gevangenisstraf was erg. Maar het is nog erger
dat haar het vertrouwen in mensen is afgenomen. Als je zo maar van de
een op de andere dag door iedereen verdacht kan worden van seriemoorden
op kindertjes, oude mensen, van hekserij, van brandstichting etc. Als
familieleden, vrienden, collega’s, Jan en Alleman op
eens geloven dat jij iets vreselijks hebt gedaan waar je je zelf
nooit of te nimmer toe in staat acht, waar je niet eens aan wilt
denken, dan is dat heel moeilijk te bevatten.
Lucia is verlamd aan haar rechterarm. Dat is blijvend, en
vervelend, lastig en pijnlijk. Erg is ook dat ze momenteel onder de
armoedegrens leeft. Door haar status aparte komt zij niet in aanmerking
voor WW of voor WAO/WIA. Aan die situatie zou ook zo snel mogelijk wat
gedaan moeten worden.
Verwachting
Vandaag heeft het OM getoond waar het voor hoort te staan.
Waarheidsvinding en geen speculaties. Daarom wordt geen gehoor meer
gegeven aan een gerucht dat er nog weer een dagboekspreuk is gevonden.
De waarheid is: er zijn geen moorden . De waarheid is verder dat de
dagboeken allemaal doorlopen en bekend zijn. Ook het OM weet dat
dagboeken ruim baan kunnen geven aan speculaties.
In de zaak Lucia zijn nu de feiten recht gezet. De speculaties, de
beeldvorming zijn echter hardnekkig en vragen om het veranderen van
emoties en gedrag.
Het OM lijkt nu het voorbeeld te geven. Ik kan alleen maar hopen
dat alle anderen die Lucia vervolgd hebben in daad en gedachten haar
volgen.
#Hof van Arnhem, “voor als nog” geen onzinnige vragen
20 februari 2009
Hof van Arnhem
Op 19 februari heeft het Hof in Arnhem een eerste tussenarrest
uitgesproken in de herzieningszaak van Lucia. Na het
“forensisch-criminalistisch” georiënteerde optreden
van AG mr Brughuis twee weken geleden was het duidelijk dat het OM nog
steeds maar een ding wil: volharden in de heksenjacht. Gezien de
waslijst van vragen zou het proces weer een eindeloze strijd met veel
venijn kunnen worden. Het Hof heeft het OM die speelruimte niet
geboden. Slechts enkele vragen van het OM worden meegenomen in het
onderzoek. De andere vragen worden vooralsnog niet noodzakelijk geacht.
Er zijn volgens het Hof voldoende feitelijke bewijsmaterialen. Het
is niet opportuun om in deze complexe zaak alles nog eens dunnetjes
over te doen. “Het gaat immers” zo zegt het Hof fijntjes,
“om uitputtende onderzoeken waarin het geenszins heeft ontbroken
aan een forensisch-criminalistische benadering en om feiten en
omstandigheden in de periode van 1997 tot en met 2001… De waarde
van nieuwe of hernieuwde getuigenverklaringen, acht tot twaalf jaar
later, is daardoor beperkt te achten. Wel blijft onverminderd van
belang de wetenschappelijke waardering van het beschikbaar materiaal.
Dit speelt echter, naar het oordeel van het hof, niet bij alle feiten
een even belangrijke rol.”
De toon van de zitting was plezierig te noemen. Er was een gepaste
distantie. Subtiel werden er enige kritische opmerkingen gemaakt over
de wijze waarop het OM van start was gegaan. Alles weer opnieuw over
willen doen, dáárvoor was deze Herzieningszaak niet
bedoeld. Het Hof wil vooral de onderzoeksweg volgen, die door mr.
Knigge reeds ingeslagen was.
Vier feiten ter behandeling
Het Hof heeft besloten om 4 incidenten in behandeling te nemen, te weten:
-
Sterfgeval baby A.Z.
-
Reanimatie A. el G.
-
Intoxicatie A.N.
-
Sterfgeval A.N.
Voor het onderzoek naar deze vier casussen, die in de aanklacht nog
altijd “moord” worden genoemd, dient volgens het Hof het
volledige dossier aan de deskundigen beschikbaar te zijn. De
deskundigen kunnen overleg plegen met andere experts. Het Hof zal de
Raadsheer-commissaris vragen deskundigen voor het onderzoek te
benoemen.
Feit 1.
Bij baby A werd digoxine aangetroffen in bloederig vocht uit
gaasjes, die bij de tweede sectie uit de buikholte waren gehaald. Aan
de professoren Tytgan en Aderjan worden gevraagd zich nader te
verklaren over hun rapportage aan mr Knigge. Ook wordt ingegaan op de
opmerkingen van professor Aderjan over de herkomst en toestand van het
hersenmateriaal.
Uitvoerig wordt door het Hof toegelicht dat de representativiteit van
het bloederig vocht uit de gaasjes discutabel blijft.
Prof. Meulenbelt zal gevraagd worden zijn oordeel te geven over de
opmerkingen van het OM (zeg IFS) dat de trendgraphs een natuurlijk
overlijden niet zouden ondersteunen.
De biopten van de organen zullen indien beschikbaar en bruikbaar voor
onderzoek op digoxine naar het laboratorium in Straatsburg worden
verzonden.
Feit 2.
In zaak 2 gaat het om het jongetje Achraf dat plotseling een apneu
kreeg en gereanimeerd moest worden. Aan professor Meulenbelt wordt de
vraag gesteld of de slechte toestand van A el G kan zijn ingetreden
zonder enig handelen van buiten af.
Feit 3.
In deze zaak gaat het om Ahmad, bij wie in een comateuze toestand
een hoge bloedspiegel chloralhydraat wordt geconstateerd. Bij de
bewijsvoering is het rapport van professor Vulto bepalend geweest.
Professor Meulenbelt wordt gevraagd zijn oordeel te geven over dit
rapport. En over een alternatief scenario zoals in het boek van
professor Derksen wordt weergegeven. “Hoe is de bloedspiegel
trichloorethanol om 16.30 uur te verklaren?”. En “wat wilt
U overigens opmerken, dat naar Uw mening voor de beoordeling van dit
feit van belang kan zijn?”
Feit 4.
Zaak 4 gaat ook over Ahmad. Een maand na het
chloralhydraat-incident overlijdt hij op de avond na een operatieve
ingreep. Vraag aan professor Meulenbelt om dat te beoordelen in relatie
met de normale bloed-uitslagen 45 minuten voor het overlijden.
Ook wordt daarbij de vraag gesteld welke betekenis moet worden
toegekend aan het feit dat er lidocaïne is aangetroffen in het
bloed.
Doorzoekingen
Het Hof wil geen getuigen verhoren die het OM getipt hebben over mogelijke dagboekaantekeningen.
Reclassering
De reclassering zal enkel gevraagd worden een update te maken van
de situatie van Lucia. Gegevens uit het verleden horen niet in dit
reclasseringsrapport.
Commentaar:
Het Tussenarrest van het Hof stemt hoopvol. Er wordt duidelijk
gekozen voor een onafhankelijke wetenschappelijke benadering. De
dossiers worden volledig bestudeerd en de deskundigen kunnen op- en
aanmerkingen geven, die zij zelf van belang achten.
Dit is een heel andere benaderingswijze dan bij de Rechtbank en het Hof
in Den Haag. Daar waren deskundigen volgens het CEAS meer op basis van
persoonlijke bekendheid gekozen dan op basis van deskundigheid. De
medische informatie was in veel gevallen niet volledig. En de
vraagstelling bood geen ruimte voor het bespreekbaar maken van andere
scenario's.
Op sommige punten zal mogelijk enige onduidelijkheid blijven
bestaan. In de geneeskunde is het niet zwart of wit. Een lichaam
reageert niet altijd volgens het boekje. Verschijnselen kunnen niet
altijd verklaard worden. En fouten kunnen er altijd gemaakt worden.
#Het zal donderen zolang het OM wil
10 februari 2009
Regiezitting
Op donderdag 5 februari j.l was de regiezitting van het Hof in
Arnhem. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft daar alle registers
opengetrokken en één ding duidelijk gemaakt: er is nog
altijd pijn in de onderbuik. De eerder gedane onderzoeken werden door
het OM genegeerd en zelfs aangevochten. Over alle zaken zijn nieuwe
vragen geformuleerd, ook al was het meeste al uitvoerig behandeld. Er
zijn mensen, die meer durven te vragen dan vele wijzen kunnen
beantwoorden…
De zaak Lucia de B, zo benadrukte Advocaat Generaal mr. Brughuis,
moet niet langer meer klinisch wetenschappelijk benaderd worden. Zij
wil het onderzoek*
plaatsen in“forensisch-criminalistische context
” (f-c).
Te pas en te onpas gebruikte zij in haar felle betoog deze kretologie,
die zoals later bleek afkomstig was uit het onderzoeksrapport van het
Independent Forensic Institute*
,
dat door het OM alvast gevraagd is rapport uit te brengen over de
digoxine-casus. In het rapport wordt in bijna elke alinea reclame
gemaakt voor de f-c werkwijze van meneer en mevrouw Eikelenboom van dit
particuliere instituut.
De forensisch-criminalistische werkwijze moet staan voor onderzoek dat
dadergericht is: hoe heeftíe
het gedaan? De toon waarop mevrouw Brughuis later ook zei:“hier heeft mevrouw de Berk wel wat uit te leggen”
was niet mis te verstaan. Het OM is nog steeds op jacht naar de
moordenaar en legt al het eerdere onderzoek naast zich neer, waaruit
blijkt dat het hier om natuurlijke sterfgevallen gaat.
Lucia
Lucia zou naar de zitting gaan, haar gezicht laten zien.
Voorafgaand aan de zitting waren er geruchten over huiszoekingen bij
haar nicht Yvonne. De sfeer werd daardoor al grimmiger en de advocaten
besloten dat het voor Lucia’s gezondheid beter was thuis te
blijven. Gelukkig maar.
Want dan had ze moeten aanhoren dat er weer vrijelijk van alles
gesuggereerd mocht worden, wat eerder uitgebreid weerlegd
was? Lucia trok wit weg, toen ze thuis het OM verhaal las:“Dit kan ik niet meer aan”
.
Hoe kunnen die dames en heren haar dit nu weer flikken. Niet alleen het OM, maar ook de mensen die zo
goed hebben meegedacht om de zogenaamd slimme medische vraagjes op te stellen.
Lucia loopt een kruisweg van het ergste soort. De aanhoudende spanning
van deze zaak wordt voor haar steeds moeilijker te verdragen. En dat
terwijl ze al gehandicapt is door de beroerte. Ze moet geholpen worden
bij het aankleden, met het eten. Ze loopt minder lang en goed dan
vroeger. Ze wordt snel moe en begint dan moeilijker te praten. Ze kan
niet meer autorijden, niet meer handwerken etc. En deze vrouw wil het
OM nog een aantal jaren in onzekerheid laten over haar lot?
Hof
Het Hof werd voorgezeten door mr. Van den Heuvel. De onderzoekswensen van het Hof zijn:
-
getuigenis van deskundigen Aderjans*
en Tytgat*
in de digoxine-casus
-
getuigenis van deskundige Meulenbelt*
voor de casus Ahmad
-
opnieuw bekijken casus Achraf
Bij het onderzoek wordt de argumentatie in het boek*
van Ton Derksen “algemeen bekend” verondersteld. We hopen
dat dit betekent dat het Hof opnieuw gepresenteerde feiten aan het boek
zal toetsen.
Huiszoeking
Het Hof reageerde enigszins geïrriteerd op de huiszoekingen
die het OM op eigen houtje had laten doen. De tipgever over de
zogenaamd verborgen dagboekdelen was wel erg makkelijk geloofd door het
OM volgens raadsheer Van den Heuvel.
Lucia's advocaat Stijn Franken beschuldigde het OM van stemmingmakerij:“Het dagboek zit in het dossier. De tekst loopt voortdurend door, er ontbreekt niets. Het Openbaar Ministerie
vindt het beeld rond De B. kennelijk ook nu nog belangrijker dan de feiten.”
Het OM
Het Hof toonde begrip voor de verdediging, die extra tijd vroeg om
zich te beraden op het stuk van het OM. Het OM had dit pas de avond
tevoren opgestuurd. Wel erg laat, zo constateerde men. Het aantal
vragen van het OM is hier niet in een paar regels weer te geven. Voor
de liefhebbers zal ik de vragen als apart hoofdstuk behandelen.
Alle zaken zijn doorgevlooid om nog iets nieuws te kunnen verzinnen.
Men schijnt daarbij wel vergeten te zijn, dat deze nieuwe vragen
òf al uit ten treuren behandeld waren òf helemaal niet
relevant zijn voor de bewijsvoering òf uitgaan van verkeerde
axioma’s.
Overeind blijft vooral het beeld van de AG’s mevrouw Brughuis
en de heer Rijkers, die meteen de aanval openden op een uitspraak van
professor Crombag*
dat het nu snel afgelopen moet zijn met het gedonder.“Nee”
, zei Rijkers“het gedonder is nog lang niet afgelopen. Voor waarheidsvinding heb je tijd nodig”
. Brughuis had het meermalen over het “iets” dat gevonden
kon worden. Maar de speculatieve elementen die er in deze zaak waren
hadden volgens haar veel “ruis” aangebracht.
De forensisch-criminalistische context waarin zij alles willen gaan
plaatsen moet klaarheid brengen, maar eerst is er nu wel een heel hoog
rookgordijn door het OM opgetrokken.
Hoe groot is de kans dat Lucia voor dezelfde
fortuinlijke AG komt te staan, die Ernst Louwes na zijn herzieningszaak
weer de gevangenis in kreeg? In de Deventer moordzaak wist het bureau
van Richard Eikelenboom met DNA-onderzoek nieuw bewijs te leveren. Maar
DNA speelt in de zaak van Lucia geen enkele rol.
Verwachting
We voelen ons natuurlijk door het OM bedonderd. Dat is iets anders
dan verslagen. Het Hof zal op 19 februari eerst moeten aangeven welke
vragen van het OM gehonoreerd worden. De verdediging heeft aangegeven
dat de f-c methode niet aan de orde kan zijn als er geen sprake is van
een onnatuurlijke dood. Een onnatuurlijke dood is niet per definitie
een moord, omdat er medisch geen verklaring voor kan worden gegeven.
Herhaling van het hele proces leek advocaat Stijn Franken volstrekt
zinloos en niet te verdragen voor Lucia. Het horen van getuigen, nu
soms meer dan 10 jaar na dato zal volgens hem niet bijdragen aan de
waarheidsvinding.
Ook ziet Franken er geen heil in dezelfde deskundigen te horen van
jaren terug. Deskundigen die zichzelf gediskwalificeerd hebben zullen
volgens Franken de neiging hebben te volharden in hun oude mening dat
Lucia schuldig is.
Commentaar bij de Regiezitting
14 februari –Commentaar
[DOC] bij de onderzoeksvragen van het OM bij de eerste regiezitting
door Metta van het comité Lucia de B:
De toon van het stuk van het OM gaat uit vande
dader. De zogenaamd forensisch-criminalistische werkwijze vertroebelt
de primaire wens om zaken op te helderen. Voor zo ver die nog
opgehelderd moeten en kunnen worden..
Belief perseverance
*
is een moeilijk te bestrijden eigenschap.
#Regiezitting 5 februari om 9 uur
24 januari 2009
Herstel van het recht en/of van het vertrouwen in rechtsstaat
Het parket in Arnhem moet op het ogenblik druk bezig zijn met de
dozen en nog eens dozen dossiers van de zaak Lucia. Het zal menselijk
gezien moeilijk zijn om onbevooroordeeld alle bekende feiten opnieuw te
beoordelen. De opdracht ligt er. En er zal het OM alles aan gelegen
liggen deze opdracht nu tot een goed einde te brengen. Het vertrouwen
in de rechtsstaat bij het publiek staat op het spel.
Eerder al merkten we op dat dit vertrouwen in de rechtspraak het meest
gediend wordt als het OM zelf om vrijspraak gaat vragen. De conclusies
van eerdere onderzoeken van het OM zijn toch overduidelijk.
Maar binnen het OM is er kennelijk de behoefte het publiek nog uitleg
over de zaak te geven. En dat zou paradoxaal genoeg er toe kunnen
leiden dat men nog weer enige zaken wil onderzoeken…
Als dat zou betekenen dat de conclusies uit het Rapport van Knigge nog
een keer hardop wordt voorgelezen en direct daarna vrijspraak gevraagd
wordt, voilà, klaar als een klontje. Maar als het weer een
medisch-juridische spraakverwarring gaat worden vind ik het een duur en
vooral belastend uitstel van vrijspraak.
Getuige-deskundigen: onafhankelijk, wetenschappelijk en logisch denkend?
Uit de rechtsgang in de zaak Lucia is gebleken hoe tunnelvisie van
ziekenhuis, politie, OM, Rechterlijke Macht en media van roddel
seriemoorden hebben gemaakt. In die onderbuikse gangen van het recht
hebben ‘wetenschappers’ met veel aplomb deze moorden helpen
bewijzen. Wetenschappers die door justitie deskundig werden geacht.
Alle vooraanstaande Nederlandse statistici hebben de kritiek op de
gebezigde statistiek in de zaak onderschreven. Daarmee heeft men zich
gedistantieerd van de door justitie aangestelde deskundige. De
toxicologische deskundige, die digoxinevergiftiging door Lucia bewezen
achtte, heeft na kennismaking met het onderzoek van professor
Meulenbelt c.s. deze verklaring ingetrokken. Hem zou bij eerder
onderzoek relevante informatie niet bekend zijn geweest.
En zo zijn er meer deskundigen die achteraf niet zo onafhankelijk,
wetenschappelijk en logisch hebben getuigd als men zou verwachten.
Enerzijds is daar het systeem debet aan.
Er ontbreekt bij justitie – anders dan in Engeland – een
onafhankelijk medisch team dat het onderzoek verricht en
coördineert. Anderzijds mag je van wetenschappers verwachten dat
zij zelf ontbrekende informatie opsporen en geen conclusies baseren op
niet gecontroleerde feiten.
Voor justitie moet het duidelijk zijn dat hoogleraar niet een synoniem
is voor getuige-deskundige. Evenals bij justitie zijn er in de
wetenschap goede en mindere excellente vakbroeders.
Een hoofdstuk apart: F. de Wolff in “Forensische Wetenschap”
In het pas verschenen boek Forensische Wetenschap
onder redactie van professor T. Broeders las ik enkele pagina's [casus
3 op blz. 189-192] over de zaak Lucia de B van de hand van professor De
Wolff. Reden om hier een apart hoofdstuk aan de uitspraken van deze
getuige-deskundige te wijden. Zodat de lezer zich daarna de vraag kan
stellen of deze deskundige nog wel als een serieuze wetenschappelijke
opponent van de andere onderzoekers gezien moet worden.
Hieronder geef ik enkele punten aan waarom mijns inziens deze pagina's
over Lucia de B niet in een wetenschappelijk forensisch boekwerk
thuishoren:
-
Klinisch verhaal wordt (nog steeds) onjuist weergegeven
Patiëntje A (6mnd) had met 4 maanden
een geslaagde hartoperatie ondergaan en zou naar huis gaan. De laatste
dagen had het kind last van progressieve diarree. Onverwacht had zij
een acute hartstilstand gekregen. De cardioloog dacht aan een
kaliumintoxicatie omdat het ECG een breed QRS-complex liet zien…
[aldus De Wolff]
Door De Wolff wordt bij de klinische
beschrijving niet gesproken over de toenemende zuurstofbehoefte en
“uitputtingsverschijnselen”, zoals die door Knigge c.s.
bevestigd zijn. Het relaas over een spoedig ontslag naar huis moet nog
steeds suggestief werken. De klinische problemen worden niet vermeld.
Bovendien wordt verzwegen dat de trendgraphs laten zien dat eerst de
ademhaling stopte en daarna de hartactie. Over het feit dat het hart
bij de obductie niet gecontraheerd was wordt pas later in de discussie
gerept.
-
Betrouwbaarheid gaasjes
De Wolff spreekt niet over de condities
waaronder het onderzoek van de gaasjes heeft plaatsgevonden en die door
Knigge c.s. als niet valide zijn gekwalificeerd. Door verdamping, het 4
maal ontdooien en invriezen en de mogelijkheid van contaminatie wordt
niet voldaan aan de onderzoekscriteria. De Wolff vertelt dat de
oorsprong van de gaasjes hem aanvankelijk niet bekend was. Door
DNA-onderzoek was hij overtuigd dat het bloed uit de gaasjes van kind A
was. Dat die DNA-overeenkomst niets toevoegt aan de discussie omdat de
gaasjes 40 uur in de buikholte van het kindje hebben gelegen komt in
zijn studie niet naar voren.
-
Betrouwbaarheid immuno-assays
De Wolff blijft hinken op twee gedachten m.b.t.
de bepaling van de digoxine-concentratie. Immuno-assays zijn in de
klinische praktijk betrouwbaar gebleken en mogen daarom volgens hem ook
voor dit onderzoek gebruikt worden. Weliswaar is de HPLC-MS methode ook
zijns inziens de standaard methode, het grote verschil in uitkomsten
van digoxineconcentraties, namelijk 23 μg/l versus 7 μg/l lijkt
hem daarbij niet te deren. Koren (1986!) wordt geciteerd om aan te
geven dat door DLIS slechts 1,2 μg/l en door postmortale
redistributie nog eens 5 μg/l van de immuno-assay waarde mag worden
af getrokken. Ergo: De Wolff houdt 18 μg/l digoxine over.
Hij negeert de vele (recente) wetenschappelijke
artikelen die verschenen zijn over hoge concentraties DLIS bij
zuigelingen, zwangeren en hartpatiënten, waardoor postmortem deze
testen niet gebruikt mogen worden. Vandaar die “gouden
standaard”. De HPLC-MS is betrouwbaar omdat hij juist
géén DLIS meet.
Er dient dus verder gesproken te worden over de concentratie van 7
μg/l. Daar kan vanwege postmortale redistributie nog circa (!) 5
μg/l afgetrokken worden.
-
Foutieve leverconcentratie als bewijs voor acute vergiftiging
De Wolff geeft aan dat de leverconcentratie 19
μg/l is; daarmee is volgens hem nog steeds een acute intoxicatie
zeer aannemelijk. Een van de immunoassays gaf immers deze uitslag.
Maar zowel bij het NFI als het Straatsburgs
laboratorium was de gemeten leverconcentratie met de HPLC-MS methode 0
μg/l. De conclusie die daaruit getrokken werd is dat er juist
géén acute vergiftiging is geweest. De Wolff vermeldt
deze nieuwe feiten niet.
-
Halfwaardetijd
De halfwaardetijd van digoxine is niet exact aan
te geven, ligt tussen de 32 en 56 uur, en kan bij zuigelingen oplopen
tot 70 uur. De weefselbinding is groot waardoor veel digoxine in de
organen wordt opgeslagen.
(Voor chloralhydraat, een ander medicijn waarmee
Lucia een kind vergiftigd zou hebben, heeft het Hof een halfwaardetijd
van 8 genomen, terwijl die bij jonge kinderen 10 uur en bij neonaten
zelfs 28 uur kan zijn. Wanneer er geen concreet bewijs is dat Lucia een
spuit of gifbeker heeft gehanteerd is een bewijsvoering op grond van
een niet exacte halfwaardetijd wel erg gewaagd. Feit blijft dat er
andere, meer waarschijnlijke opties zijn waardoor er een te hoge
bloedspiegel van een medicijn kan voorkomen.)
-
Kaliumconcentratie wordt onjuist aangegeven
In het oogbolvocht bevond zich een opvallend
hoge concentratie kalium. Echter vanwege de lange duur tussen meting en
overlijden kon hier geen conclusie aan verbonden worden. De Wolff stelt
in het boek dat de kaliumconcentratie 45 minuten voor overlijden
normaal was, terwijl hij verwachtte bij de digoxine-intoxicatie een
verhoogd kalium te vinden. Hij vermeldt niet dat deze kaliummeting van
geen waarde is omdat deze gemeten is vrij direct na aanvang van infusie
met kalium. Dat er wellicht bij overlijden bijna 40 minuten later wel
een hoog kalium geweest is zal het gevolg van dit forse kaliuminfuus
zijn.
-
De kritiek van de groep burgers
De Wolff laakt in zijn stuk de kritiek van de
groep burgers. In de eerste plaats gaat hij daarmee voorbij aan de
terechte zorg over de rechtsgang van deze ‘burgers’, maar
ook aan de medische en natuurwetenschappelijke kennis die deze groep
burgers in huis had. Hun bevindingen zijn in belangrijke mate reeds
bevestigd door de onderzoeken van Knigge c.s. In de tweede plaats
hebben vele wetenschappers zich achter deze groep van burgers geplaatst
op basis van hun wetenschappelijke kennis en logische verstand.
-
Hiaten in informatie
De Wolff was niet bekend met de dilatatie van
het hart bij de eerste obductie. Hij zegt in het boek dat er wel een
contractie verwacht mag worden bij een digoxine-intoxicatie. Maar
tegelijk stelt hij dat het ontbreken van deze informatie gezien het
tijdsverloop tussen overlijden en obductie niet relevant is. Het
tijdsverloop tussen overlijden en eerste obductie ligt echter wel
binnen de marge om te mogen concluderen dat er geen contractie t.g.v.
acute digoxinevergiftiging is geweest. De dilatatie kan bovendien
wijzen op een al langer bestaande hartzwakte. De Wolff zou uit het
verslag van de beide patholoog-anatomen bovendien hebben kunnen lezen
dat het met het hart niet zo goed gesteld was als werd gesuggereerd en
hijzelf nu ook nog in het boek doet voorkomen.
De digoxine-constructie: een verhaal op drijfzand
Van een deskundige mag verwacht worden dat informatie over
klinische gegevens actief verworven wordt en dat er kritisch naar de
aangeleverde informatie wordt gekeken. Zo is over een ECG aanvankelijk
nooit gesproken, wel over hartactie en hartfrequentie. Het is volgens
de dienstdoende arts heel wel denkbaar dat er helemaal geen ECG is
geweest. Het kind was alleen met fingercup aan de monitor verbonden.
Ergo alleen hartfrequentie, ademfrequentie, pO2 en sO2 zijn gemeten.
Niks ECG, niks dus ‘breed hartcomplex’.
Dan is die hele constructie met digoxine wel een erg lange omweg geweest.
#Lucia's Regiezitting
14 januari 2009
Regiezitting
Op 5 februari 2009 om 9 uur zal er een regiezitting plaatsvinden
bij het Hof van Arnhem. Dan zal besproken worden of er nog verdere
onderzoeken gedaan moet worden en zo ja welke.
Zoals eerder aangegeven lijkt ons verder onderzoek onnodig en volstrekt
zinloos. De bewijsconstructie is geheel aan diggelen door de al door
het OM uitgevoerde onderzoeken…
“Geen moorden, geen dader”. De advocaat van Lucia kan dus
enkel om vrijspraak vragen.
Mocht het OM toch uit een hardnekkige behoefte tot
“transparantie” met nieuwe vragen op de proppen komen dan
zal door het Hof een Raadsheer Commissaris (volgens ex art 228) benoemd
dienen te worden. Het Hof mag wettelijk gezien (Art 316SV) zelf dan
geen deskundigen aanstellen. De Raadsheer Commissaris (of rechter
commissaris) moet deskundigen benoemen voor een verder onderzoek. De
behandeling door het Hof wordt geschorst tot de deskundigen én
de eventuele tegendeskundigen (ex art 233 en 235) hun onderzoek hebben
verricht. [J. Frijters
]
Maar welke onderzoeken zouden nog een nieuw licht op de zaak kunnen
werpen met betrekking tot de bewijsvoering nu door meerdere
onafhankelijke onderzoekers is vastgesteld dat:
-
kindje A door uitputting en zuurstofgebrek is overleden.
- het uitgangspunt van de
verdenking vervalt: nl. dat Lucia betrokken was bij zoveel
sterfgevallen.
- statistische –
wetenschappelijk gefundeerde – berekeningen laten zien dat dit 1
op de circa 47 verpleegkundigen had kunnen overkomen. En als men
rekening houdt met clustering van sterfgevallen zelfs 1 op 9.
- de andere sterfgevallen door de
cirkelredenering later ook omgezet zijn in moorden zonder enig concreet
bewijs.
Samenvatting van het reeds uitgevoerde onderzoek OM
-
De commissie Buruma:
-
- ernstige twijfel over de
rechtsgang: de aanvraag voor onderzoek om herziening te kunnen
aanvragen is gerechtvaardigd.
-
De Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS):
-
-
onderbuikgevoelens bij politieonderzoek.
-
coaching vanuit het JKZ.
-
tunnelvisie, geen oog voor alternatieven.
- keuze van deskundigen op
basis van persoonlijke bekendheid, niet op basis van specifieke
deskundigheid.
- ernstig verschil van
mening van deskundigen t.a.v. interpretatie digoxine-bewijs, waarbij de
experts betuigden dat er geen bewijs was, ergo
er geen veroordeling had mogen zijn.
-
Het rapport van Knigge met drie verschillende onderzoeksinstituten:
-
- onhoudbaarheid van het
digoxine-bewijs door ondeugdelijk onderzoeksmateriaal, onvolledige
informatie aan de toxicologisch deskundige en onjuiste
testinterpretaties.
-
negeren van de trendgraphs
geeft onjuist tijdpad. Op de tijd, waarop Lucia een injectie zou hebben
gegeven, vindt een onderzoek door artsen plaats.
-
trendgraphs
tonen bovendien dat ademhaling eerder is gestopt dan bloedsomloop,
anders dan steeds werd beweerd.
- uit dossieronderzoek
blijkt dat kindje A door uitputting en zuurstofgebrek is overleden.
-
cirkelredenering bij andere zaken met sterke suggestieve werking.
- de desbetreffende
toxicologische deskundige heeft zijn mening op grond van de nieuwe
gegevens herzien, daarmee ontstond een juridisch novum.
Gevoeligheden en weerstanden
De zaak Lucia de B is niet een dwaling in de rechtspraak die we
alleen het OM en de rechterlijke macht mogen aanrekenen. De manier
waarop indertijd ziekenhuisdirecteur Smits ‘kordaat’ naar
buiten trad met de verdenkingen en self made
statistiek heeft direct de toon gezet. The big fish
was dankzij het JKZ gevangen, maar werd geschroeid en geroosterd door
de weinig kritische opstelling van de media en het publiek. “De
Nederlandse ziekenhuizen waren veilig” sprak men pathetisch.
Aan de hype van Lucia
hebben velen meegewerkt. Bij het lezen van de dossiers en alle lectuur
kun je je niet aan de indruk onttrekken dat betrokkenen “het
gewicht van de zaak” aan den lijve voelden. Vele betrokkenen
moeten nu hun mening, hun gevoel herzien. Bekend is dat mensen soms
liever ten hele blijven dwalen, dan ten halve keren. Gezichtsverlies
wordt in alle culturen – ook in onze christelijke – als
iets smadelijk ervaren. Het ziekenhuis c.s. zou in mijn
ogen aan gezag en prestige winnen als het nu ook vlot met een
verklaring komt zich vergist te hebben. Sorry…
Voor het ziekenhuis moet het niet uitmaken of Lucia bij vrijspraak
recht heeft op een ontslagvergoeding van 100.000 gulden of dat familie
X nog een schadeclaim heeft ingediend.
De collega's van Lucia moeten weer over Lucia mogen spreken. Wie had
het nu van wie gehoord, wie had het echt gezien? Dan kunnen ze tegen
elkaar zeggen: het was wel een hele gemene roddel dit keer.